[A] van Aanduwen tot Avuncul

Aanduwen; Copuleren, coïteren oftewel neuken.
Ab-actis; Secretaris van verenigingsbestuur.
Academisch kwartiertje; College (of andere aangelegenheid) begint kwartier later dan vermeld, opdat de docent nog even rustig een bak koffie kan drinken .
Accepté; Uitroep waarmee men te kennen geeft een overtuigend argument van de verbale tegenstander te aanvaarden.
Achter Woerden; Utrecht over Leiden en Leiden over Utrecht; invechten achter Woerden; invechten bij het corps aldaar.
Ad Fundum; Een glas in een teug leegdrinken. Afgeleid van het latijn; tot de bodem.
Ad libitum;  Een glas in meerdere slokken leegdrinken. Afgeleid van het latijn; naar believen.
Ad volente; Een zelf te bepalen hoeveelheid drinken. Afgeleid van het latijn; naar goeddunken.
Adje des; Adten vanwege het niet opletten. Afkorting van ad fundum desinteresse.
Adje dis; Adten vanwege het niet hanteren van de juiste omgangsvorm.  Afkorting van ad fundum disrespect.
Afpilsen;  Aan het einde van een nacht drinken ergens nog een biertje doen.
Almanak; jaarboek van vereniging met contactgegevens en foto’s van aller leden.
Adje; Afkorting van ad fundum.
Adten; Een glas ad fundum drinken.
Afdrinken; Drinken met de tegenstander naar verhit zooien of brassen.
Afhaken; Naar huis gaan.
Afklemmen;  zuipen.
Afleggen; boeken op bureau in de UB leggen om bij afwezigheid een plaats bezet te houden.
Aflegslet; meisje dat door middel van afleggen een plaatsje in de UB bezet houdt.
Aftaaien; Naar huis gaan.
Aftanken;  Zuipen.
Aftoppen;  Zuipen.
Agiteren; actief confrontatie zoek met  andere club, dispuut of lid.
Albertiaan;  lid van Albertus Magnus.
Alma mater; De universiteit waar je studeert of gestudeerd hebt. Afgeleid van het Latijn; De milde voedstermoeder.
Almanak; Jaarboek van universiteit of vereniging.
Anciënniteit; Statusverschil op grond van aantal actieve jaren
Annuarium; Zie almanak
Aquarium; glazen studiehokje in de UB in zowel Leiden als Groningen
Ar; arbeider
Augustijn; Lid van de Leidse vereniging Augustinus; vrouwelijk lid heet; Augustijnse.
Aula; Centrale zaal in universiteitsgebouw.
Avuncul; Gewaardeerd oud-lid. Afgeleid van het latijn; oom

[B] van B’vo tot Burgerij

B’vo; Keurig; netjes; van; bravo.
Baasje; Net ventje.
Bakkie; biertje; om een bakkie gaan, biertje drinken.
Bal; (semi-)corporale student; enige verwarring met de jasje-dasjeknor is mogelijk.
Balmos, [gro] ongeschreven regel dat uitgenodigd meisje na het bal het bed deelt met haar partner; zie ook; [lei] sempreplicht; [ams] galamos; galaplicht.
Basisbeurs; Maandelijkse uitkering waar iedere student in principe recht op heeft
Batavierenrace; ‘S werelds grootste estafetteloop met achteraf het grootste studentenfeest van de Benelux. De race loopt van Nijmegen naar Enschede.
Bbq; Barbecue.
Beer; Drankrekening; op beer drinken, op krediet drinken.
Beffen, eten; het is weer niet te beffen.
Bekschijten, Slap lullen; ook; uit je bek schijten; wat zit je nou uit je bek te schijten!.
Beleid hebben; Niet voor rede vatbaar zijn en zonder toestemming van omstanders ondernemen; agressief zijn en de boel slopen.
Bestuurskamer; Kamer waar het bestuur van de vereniging zetelt; ook; senaatskamer.
Bèta; Beoefenaar van bèta-studie;
Beuken; Agressief en/of dwangmatig copuleren.
Bier; Enige juiste benaming van het gerstenat; pils, blonde rakker en pretcilinder dienen als bijzonder knorrig te worden beschouwd; een bier happen, bier drinken.
Bierestafette; Drinkwedstrijd tussen teams, waarvan de deelnemers steeds een glas bier ledigen zodra hun buurman zijn glas heeft uitgedronken en neergezet; ook; bierrace.
Billig; 1. goedkoop; 2. krenterig.
Blaadje; Hoeveelheid bier (20 glazen) op een dienblaadje met kwantumkorting
Blaataap; Iem. die overmatig blaat; snoever; zie ook; bralaap.
Blaten; Brallen; snoeven.
Blik; (roei)medaille; blik halen; blik trekken, medaille halen; goed presteren.
Blind date; Veelal clubs-/dispuutsgewijze afspraak met het andere geslacht, waarbij de partners vooraf niet bekend zijn.
Blok; Afgeronde leseenheid, gevolgd door tentamen.
Bodempje leggen; Veel (vet) eten voor het zuipen.
Borrel; Elke gelegenheid waar drank aan te pas komt, niet noodzakelijkerwijs op borreltijd.
Borrelen; Drankje nuttigen.
Braakje leggen; kotsen;
Brak; 1. in slechte conditie (door overmatig drankgebruik); ik ben brak, ik heb een kater; 2. over voorwerpen die in slechte staat verkeren; een brakke pan
Bralaap; Snoever; zie ook blaataap.
Brallen; luidruchtig snoeven.
Brandslang; Geliefd instrument voor misbruik tijdens borrels.
Brasjasje; Oud colbert, dat bij brassen mag sneuvelen.
Brassen; 1. elkaar bij de revers vatten en naar de grond trachten te brengen; 2. wild zuipen en feesten; 3. veel geld uitgeven; 4. slopen.
Bree; Breestraat; Bree 10, Breestraat, nr. 10.
Breken; Heftig gedrag vertonen qua drank en geweld.
Breker; Ruige sociëteitsbezoeker; Van Leeuwen was een echte breker tot hij jammerlijk sjeesde.
Briljant; Uitstekend; vaak als uitroep ten teken van goedkeuring.
Brokken; Kotsen, braken.
Buffet; Tapkast; het woord bar wordt niet gebezigd.
Buitendag; Feest(dag) buiten de stad, b.v. ter gelegenheid van lustrum.
Bul, 1. diploma; propaedeusebul; doctoraalbul; 2. oorkonde ter gelegenheid van lidmaatschap van vereniging.
Bunker; studentencentrum van de Universiteit van Eindhoven.
Burger; Niet-student; autochtoon.
Burgerij; Ietwat denigrerende benaming voor al wat niet studeert.

[C] van Cantus tot Cursus

Cantus; zangpartij onder leiding van een senior, welke zich nogal autoritair opstelt en allerlei drank, seks of ranzigheid gerelateerde regeltjes oplegt.
Château Migraine; Goedkope/slechte wijn.
Cheffen; organiseren; op touw zetten.
Cie; Commissie; de tripcie, de commissie die een reisje organiseert; de barcie, de commissie die de bar beheert; etc..
Civitas; Civitas Academia, de universitaire gemeenschap; stond voor de naoorlogse opvatting dat aan de universiteit geen plaats voor verzuiling meer was.
Club; jaarclub, club van jaargenoten; in samenstellingen; clubborrel, clubdas, clubeten;
Clubhuis; [ams] sociëteit van het A.S.C..
Clubjasje; 1. verstevigd jasje voor sjaals tijdens entree in zaal; 2. herkenbaar jasje, eigen aan bepaalde (jaar)club.
Collegegeld; Bedrag dat men moet betalen aan universiteit of hogeschool om het onderwijs te mogen volgen.
Collegehengst, [klk] student die trouw alle colleges bezoekt.
Collegekaart; Bewijs van inschrijving aan een universiteit of hogeschool, kan soms korting opleveren bij entree van b.v. een museum.
Coma; In; in coma gaan, door structureel overmatig drankgebruik in een zorgwekkende toestand geraken.
Commissie; dé, Een aantal leden van een vereniging dat verantwoordelijk is voor de exploitatie van de sociëteit en het handhaven van de orde.
Commissieborrel; 1. borrel van de commissie; 2. weggevertje van het huis.
Commissiekamer; Kamer waar de commissie zetelt.
Compu-en; Achter een computer zitten.
Consu; [del] consumabel; degene die tijdens borrels drank en happen verzorgt.
Consument; [bru] 1. profiteur; 2. levensgenieter.
Consumptiekaart; [ein] schrapkaart voor drank; zie ook; [bru] barkaart; schrapkaart.
Corporaal shoppen; In groepsverband vijf minuten voor sluitingstijd nog boodschappen doen bij de plaatselijke supermarkt en vervelend lang over aanbiedingen gaan discussiëren, met wachtend personeel als gevolg.
Corps; 1. vereniging die aangesloten is bij de Algemene Senaten Vergadering; 2. gelijkgestemde vereniging, maar niet aangesloten bij de A.S.V..
Corpshuis; Erkend huis met bepaald aandeel corpsleden.
Correct; 1. in overeenstemming met de heersende mores, mode, etc.; Evert is een zeer correcte vent;
Cursus; HBO-opleiding

[D] van Das tot Dot

Das; De juiste benaming van hetgeen de burgerij naar refereert wanneer het over een stropdas spreekt
Dasjevechten; variant op brassen.
Debiteurennummer; Nummer binnen een studentenvereniging om op krediet te drinken.
Dispuut; verticaal verband (meerder lichtingsjaren) binnen een studentenvereniging
Dictaat; Bundeling collegeaantekeningen.
Diës; Verjaardag van een vereniging, dispuut, club, universiteit.
Doctor; geleerde, leraar, iemand die in het bezit is van de hoogste academische graad; doctor in de rechten, de letteren, enz.
Doctoraal; 1 van (een) doctor; de doctorale graad; doctoraal examen, examen waardoor men doctorandus wordt en tot de promotie is toegelaten 2 doctoraal examen; zijn doctoraal doen; na zijn doctoraal
Doctoraalscriptie; voor het doctoraalexamen te maken scriptie
Doctoraalstudent; student die tot de studie voor het doctoraal examen is toegelaten
Doctorandus; (doctor moetende worden, hij die doctor moet worden) iemand die doctoraal examen heeft gedaan en dus tot de promotie is toegestaan
Doctoreren; promoveren
Doctorsbul; diploma van doctor
Doctorsgraad; academische graad men krijgt wanneer men gepromoveerd is
Doorschuiven; binnen een studentenhuis verhuizen naar een betere kamer.
Dot; clitoris

[E] van Epibrator tot Extraneus

Epibrator; een fantasiewoord dat regelmatig gebruikt wordt bij ontgroeningsopdrachten. Staak vaak als item op paklijst KMT.
Extern; iemand van buiten. Een niet lid die bijvoorbeeld als introducee meegenomen wordt naar de vereniging.
Extraneus; Laatste mogelijkheid voor trage studenten. Een extraneus betaalt minder collegegeld, en mag alleen tentamens afleggen. Hij krijgt geen begeleiding of college.

[F] van Faculteit tot Foet

Faculteit; 1 bestuurlijke eenheid voor een aantal nauw verwante vakgebieden; faculteit der letteren 2 de studetenten die in eenzelfde faculteit studeren
Faculteitsbestuur; lichaam dat de faculteit bestuurt
Faculteitsraad; college, voor de helft bestaande uit niet-wetenschappelijk personeel en studenten dat samen met het faculteisbestuur een faculteit bestuurt
Faculteitsvereniging; vereniging van studenten van een bepaalde faculteit
Foet; noviet, nuldejaars, KMT-loper. Ook wel geschreven als feut of phoet.

[G] van Gala tot Grafsmaak

Gala; 1 luisterrijke partij aan het hof, synoniem hoffeest 2 schitterende en chique partij; groot gala, bijzonder luisterrijke partij 3 staatsiekleding, door de etiquette voor het bijwonen van een hoffeest of van een deftige partij, en voor het afleggen van plechtige bezoeken voorgeschreven, synoniem hofkledij; in gala zijn
Gala-avond; bijeenkomst of uitvoering in de avond, waarbij de bezoekers in gala zijn, plechtige, luisterrijke feestavond
Galabal; chique danspartij, waarop men in gala verschijnt
Galafeest; luisterrijk, chique feest
Galakleding; deftige kleding gedragen bij officiele gelegenheden, synoniem gala
Galakostuum; staatsiekleed
Galamos; naaien na een gala, met de kleren nog aan, alleen het slipje gaat uit.
Galarok; rok gedragen bij plechtige gelegenheden
Geru; gemeenschappelijke ruimte. Ook wel GK, GR, Fusie
Grafsmaak; nare smaak in je mond naar nacht stappen